Om betrouwbare intonatie te bevorderen en om sneller te kunnen spelen moeten we soms een vinger of twee op een snaar laten staan tijdens het spelen van andere noten.

Zo oefen je het:

  • Bij deze oefening wissel je voortdurend tussen twee snaren - eentje los en eentje met een vinger erop.

  • Laat steen de vinger(s) voor zo lang als het kan tijdens het spelen van de losse snaar daarnaast.

  • Bij de “B” oefeningen zal je merken hoe je je hand moet vormen om de losse snaar aan de bovenkant genoeg ruimte te geven om te kunnen resoneren. Je moet echt een soort brugje maken over de losse snaar heen. Dit kan voor jou betekenen dat je (vooral op de onderste snaren) je elleboog meer naar binnen moet zwaaien.